Skip to main content Accessibility help

Abraham Kuyper and the Rise of Neo-Calvinism in the Netherlands

  • Justus M. van der Kroef (a1)


Few men in modern Dutch history have played such a significant role as Abraham Kuyper. A theologian of European renown, a church reformer whose activities lastingly changed the existing church order in his country, a statesman who during five decades of an active political career combined his religion with a unique theory of government, and last but not least, a journalist and outstanding man of letters, Kuyper, during the course of his long life, placed a stamp upon the civilization of the Netherlands which it never was to lose. The immense breadth of his intellect, sustained by a tremendous energy, allowed him to speak with authority on subjects ranging from Calvin's concept of grace, through Islamic architecture, to the future of colonial reform, and earned him the epithet of Abraham de Geweldige (Abraham the Magnificent). His greatest achievement, however, was the foundation of a system of religious dogma upon which he erected a political and social philosophy which in the Protestant Netherlands since 1850 was the only one of lasting influence.1



Hide All

1 Roessingh, K. H., Het Modernisme in Nederland (Haarlem, 1922), 98.

2 Herderschee, J., De Moderne Godsdienstige Richting (Amsterdam, 1904), 233ff; and Knappert, L., Geschiedenis der Nederlandsch-Hervormde Kerk (Amsterdam, 1912), II, 265.

3 Kuyper, Abraham, Het Modernisme (Amsterdam, 1871), 280.

4 Knyper, A., Disquisitio Historico-Theologica exhibens Joannis Calvini et Joannis a Lasco De Ecclesia sententiarum inter se compositionem (Amsterdam, 1862), 185 ff. Cf. also Kasteel, P., Abraham Kuyper (Kampen, 1938), 28.

5 Handelingen der Staten-Generaal, Zitting van 14 Juli, 1902, Eerste Kamer.

6 Rullmann, J. C., Abraham Kuyper, een Levensschets (Kampen, 1929), 31.

7 Ibid., 15.

8 Kuyper, A., Het Modernisme, 45.

9 Brugmans, H., ed., Geschiedenis van Nederland (Amsterdam, 1938), VIII, 5669;Knappert, L., Geschiedenis der Nederlandsch-Hervormde Kerk (Amsterdam, 1912), 555 ff; Reitsma, J., Geschiedenis der Hervormde Kerk (Groeningen, 1893), 375; and de Bruyne, J. and Japikse, N., Staatkundige Geschiedenis van Nederland (Leyden, 1937), I, 310318; II, 285 ff.

10 Kuyper, A., Wat Moeten wij Doen (Culemborg, 1867), 15.

11 Kuyper, A., Kervisitatie te Utrecht (Amsterdam, 1868), 17ff.; and Kasteel, P., Abraham Kuyper (Kampen, 1938), 32.

12 Kuyper, A., Wat Moeten wij Doen, 20.

13 Kluit, M. E., Het Réveil in Nederland 1817–1854 (Amsterdam, 1936), 4063, 262325, an excellent brief account. Cf. also Roessingh, K. H., De Moderne Theologie in Nederland (Groeningen, 1914), 218220.

14 Kuyper, A., Bilderdijk in Zijn Nationale Beteekenis (Amsterdam, 1906), 2336, 5054, 63 ff.

15 Although Bilderdijk never concisely formulated his political theory, his position is clear in his Bezwaren Toegelicht (Leyden, 1823), 1023, and his Geschiedenis des Vaterlands (Amsterdam, 1851), XII, 103 ff. Excellent treatments of his views can also be found in Vogel, Leroy, Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann (Würzburg, 1937), 4447;van der Does, J. C., Bijdrage Tot de Geschiedenis der Wording van de Anti-Revolutionaire of Christelijk-Historische Staatspartij (Amsterdam, 1925), passim.

16 da Costa, I., Bezwaren Tegen den Geest der Eeuw (Leyden, 1823), passim.

17 Cf. Van Prinsterer, G. Groen, Handboek der Geschiedenis van het Vaderland (Leyden, 1841) V, 814; and his Ongeloof en Revolutie (Amsterdam, 1903), passim. His political development and his interpretation of the party he describes in his Le Paryi-Anti-Révolutionnaire et Confessionel dans L'Église Réformée des Pays-Bas (Amsterdam, 1860), 2549. See also Fokkema, E. J., De Godsdienstig Wijsgierige Beginselen van Mr. G. Green van Prinsterer (Groeningen, 1907), 9497, 233 ff.; and Vos, G. J., Groen van Prinsterer (Dordrecht, 1891), II, 544 ff.

18 H. Brugmans, op. cit., VIII, 63 ff.

19 Knappert, L., Gesehiedenis der Nederlandsch Hervormde Kerk (Amsterdam, 1912), 294310;de Gaay Fortman, B., Réveil En Doleantie, Stemmen des Tijds (Utrecht, 1936), 7892;de la Sauassaye, D. Chantepie, La Crise Religeuse en Hollande (Leyden, 1860), 1046; and by the same author, Het Protestantisine als Politiek Beginsel (Rotterdam, 1871), 4449.

20 de Wilde, H., De Anti-Revolutionaire Partij en Haar van Beginselen (Wageningen, 1902), 43.

21 van Prinsterer, G. Groen, Briefwisseling met Dr. A. Kuyper (Kampen, 1937), 106—a valuable collection of Groen's correspondence with Kuyper.

22 Quoted in Vogel, L., Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann, 18.

23 Kuyper, A., Predikatien (Kampen, 1913), 303.

24 Kuyper, A., Starrenflonkering (Amsterdam, 1936), 6.

25 Kuyper, A., De Vrijmaking der Kerk (Amsterdam, 1870), 15ff. and his Enige Kamaradviezen uit de Jaren 1874 en 1875 (Amsterdam, 1890), 290297; and Kasteel, P., Abraham Kuyper. (Kampen, 1938), 44.

26 Kuyper, A., Tractaat van de Reformatie der Kerken (Amsterdam, 1883), 177.

27 Notably the relation between Paul and the communities in Acts, 11, 15, makes Kuyper's position invalid. Cf. Vos, G. J., Het Keerpunt in de Jongste Geschiedenis van Kerk en Staat (Dordrecht, 1887), 62–6.

28 Brugmans, H., Geschiédenis van Nederland (Amsterdam, 1938), VIII, 70; and Rullman, J. C., De Doleantie in de Nederlandsch Hervormde Kerk der 19e Eeuw (Amsterdam, 1916), 7577, 97 ff.

29 Algemeen Handelsblad, January 8, 1886, quoted in Kasteel, P., Abraham Kuyper (Kampen, 1938), 47.

30 van Malsen, H., A. F. de Savornin Lohman (Haarlem, 1931), 98.

31 Quoted in Brugmans, H., ed., Geschiedenis van Nederland (Amsterdam, 1938), VIII, 70.

32 Rutgers, H. V., ed., De Reformatie van 1886 (Kampen, 1936), 163.

33 Kuyper, A., Het Conflict Gekomen (Amsterdam, 1886), 2438.

34 Kuyper, A., De Hedendaagsche Schriftcritiek (Amsterdam, 1881), 12.

35 Vogel, L., Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann, 41.

36 Kuyper, A., De Gemeene Gratie (Leyden, 1901), passim. This summary from Vogel's, L. work, Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann, 41.

37 Kuyper, A., Anti-revolutionnaire Staaikunde (Kampen, 1917), 573602.

38 For his early political addresses cf. Kuyper, A., Parlemrntaire Redevoeringen (Amsterdam, 1910), I, 32118.

39 Kuyper, A., Ons Program (Amsterdam, 18781897), 3 vols.

40 Notably the following: Antirevolutionnaire Staatkunde (Kampen, 1916); Souvereiniteit in eigen Kring (Amsterdam, 1880); and Christelijke Politiek (Kampen, 1904).

41 Kuyper, A., Ons Program, 36;Niet de Vrijheitsboom Maarhet Kruis (Amsterdam, 1897), 12 ff.; and his Antirevolutionnaire Staatkunde, I, passim.

42 “The roots of our liberties are to be found in the fundamental Calvinistic principle of the absolute sovereignty of God. With this stands convicted in the first place the concept of popular sovereignty as held by Grotius and Mirabean. But condemned also is the concept of “droil Divin” of the followers of Stuart, of the French Legitimists and of the Prussian Junkers.” Cf. Kuyper, A., Het Calvinisme, Oorsprong en Waarborg Onzer Constitutionele Vrijheden (Amsterdam, 1874), 5153.

43 Kuyper, A., Der Calvinismus und die Protestantische Staatsidce (Leipzig, 1919), 61. As Vogel has noted, Kuyper relied on Bancroft to substantiate this concept in American History. Cf. Bancroft, , History of the United States, I, 464;Vogel, L., Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann, 40.

44 Kuyper, A., Het Calvinisme, Oorsprong en Waarborg Onzer Constitutionele Vrijheden, 10.

45 Kuyper, A., Ons Program, I, 444.

46 Ibid., 467, quoted in Vogel, L., Die politischen Ideen Abraham Kuypers und seine Entwicklung als Staatsmann, 28.

47 Kuyper, A., Parlementaire Redevoeringen, I, 563565, and by the same author Het Calvinisme (Amsterdam, 1899), passim. Vogel's contention that the family is the basis of Kuyper's political theory has been repudiated by Kuyper, H. H. in De Heraut 01 9, 1938 (no. 3129), and by Kasteel, P., Abraham Kuyper, 79. In view of Kuyper's suffrage extension program in later years, Vogel's point of view seems to have considerable foundation, however. Cf. Vogel, L., Die politischen Ideen Abraham Kuypers and seine Entwicklung als Staatsmann, 29.

48 Kuyper, A., Niet de Vrijheidsboom Maar Jet Kruis, 12.

49 Calvin, I., Institutio Christianae Religionis, IV, XX, II, 2325.

50 Kuyper, A., Niet de Vrijheidsboom Maar het Kruis, 1325.

51 Colijn, H., Saevis Tranquillus in Undis, Toelichting op het Antirevolutionnair Beginsel Program (Amsterdam, 1934), 17.

52 Kuyper, A., Varia Americana (Amsterdam, 1911), 127128.

53 Kuyper, A., Der Calvinismus und die Protestantische Staatsidce, 67.

54 Kuyper, A., Het Caluinisme, Oorsprong en, Waarborg Onzer Constitutioneele Vrijheden, 49.

55 Kuyper, A., Eenvormigheid, De Vloek van het Moderne Leven (Amsterdam, 1870), passim.

56 An antipathy apparently not confined to the Dutch alone. The position of the contemporary German bourgeoisie is well expressed in Mann, Thomas, Betrachtungen eines Unpolitischen (Berlin, 1918).

57 Oosterlee, P., Geschiedenis van het Christelijk Onderwijis (Haarlem, 1929), 1598;Strang, A., Eene Historische Verhandeling over de Liberale Politiek en het Lager Onderwijs (Utrecht, 1930), 31127.

58 Chiefly from Protestant teachers' organizations, notably the Vereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs, founded in 1865 with chapters throughout the nation. Cf. de Wilde, H., De Antirevolutionnaire Partij en Haar Programs van Beginselen, 207 ff.

59 Notably in the issues of the Heraut of 1871, and Ons Program, 5–7.

60 Cf. Feikema, R. E., De Totstandkoming van de Schoolwet van Kappeyne (Amsterdam, 1929), Chap. II-III, passim; and van der Mandele, K. E., Het Liberalisme in Nederland (Amsterdam, 1937), 184189.

61 Witlox, J. H., De Katholieke Staatspartij in Haar Oorsprong en Ontwikkeling Geschetst (Hertogenbosch, 1919, 1927), I, 145187; II, passim; Schaepman, H. J., Een Katholieke Partij (Utrecht, 1883), 1243; and van Staay, J. A. M., De Katholieke Partij en de Handeispolitiek (Amsterdam, 1933), passim.

62 Brom, Gerard, Romantiek en Katholicisme in Nederland (Groeningen, 1926), II, 354.

63 Kuyper, A., Rome en Dordt (Amsterdam, 1876), 523.

64 For the history of the Mackay cabinet, cf. van Welderen Rengers, W. J., Schets eener Parlementaire Geschiedenis van Nederland (The Hague, 1906), II, 345381.

65 de Savornin Lohman, A. F., De Scheidslijn (The Hague, 1922), 5860;Diepenhorst, P. A., Onze strijd in de Staten-Generaal (Amsterdam, 19271929), II, 207210;Kasteel, P., Abraham Kuyper, 164195.

66 Kuyper once poked fun at Lohman's aristocratic followers by calling the Christian Historical Party the “party of those with double names.”

67 de Beaufort, J. A., Vijftig Jaren uit Onze Geschiedenis (Amsterdam, 1928), I, 284.

68 Ibid., II, 61.

69 For Kuyper's last years, cf. H. H., and Kuyper, J. H., De Levensavond Van Dr. A. Kyper (Kampen, 1921), a sympathetic if uncritical treatment by Kuyper's daughters. Also Diepenhorst, P. A., Dr. A. Kuyper (Haarlem, 1931), 55 ff.

Abraham Kuyper and the Rise of Neo-Calvinism in the Netherlands

  • Justus M. van der Kroef (a1)


Full text views

Total number of HTML views: 0
Total number of PDF views: 0 *
Loading metrics...

Abstract views

Total abstract views: 0 *
Loading metrics...

* Views captured on Cambridge Core between <date>. This data will be updated every 24 hours.

Usage data cannot currently be displayed.